Menu

🔍

Symposium 'Een Groot Uur P'

‘Solidariteit is ook dat je de problematiek eerlijk benoemt en elkaar niet meteen de oorzaak van de problemen toeschuift’

Moeilijk

In het vorige nummer van VGOmedia Magazine heb ik als niet-deskundige getracht u lezer, vanuit mijn gezonde verstand, een inleiding op het symposium Een Groot Uur P te geven. Nu zal ik proberen om u met dezelfde beperkte middelen een indruk te geven wat daar op 27 oktober is gebeurd en gezegd. Zoals verwacht, het was geen gemakkelijke kost daar op het podium.

Datum: 27 oktober 2011. Plaats: MCO, Hilversum
Thema: ‘Pensioensolidariteit’
Deelnemers: Prof. dr. Jan Baars, filosoof
Martin Pikaart, voorzitter AVV (Alternatief Voor Vakbond)
Prof. Dr. Sweder van Wijnbergen, econoom
Presentator/gespreksleider: Koos Postema

Twee dingen

Twee dingen kies ik als uitgangspunt. Allebei gebeurden ze direct ná afloop van het symposium: Margreet Dolman die zei, toen ze het podium weer besteeg: ‘Wat een fantastische discussie. lk gaf alle drie de sprekers gelijk’ en Martina van den Dool, die VGOmedia namens de NVOG feliciteerde en daarbij zei (vrij vertaald): ‘Jong en oud moeten zich niet uit elkaar laten spelen’.

Waarover waren ze het eens? Geïnspireerd door Dolmans opmerking zocht ik van welke zaken Jan Baars, Martin Pikaart en Sweder van Wijnbergen alle drie hetzelfde vonden. Soms zeggen ze uitdrukkelijk dat ze het met elkaar eens zijn of geven ze het duidelijk aan door hun lichaamstaal.

Pikaart: ‘Niet tegen solidariteit, maar wel tegen een teveel daaraan’

  • Het Nederlandse gemengde pensioensysteem is ondanks alles het beste systeem dat er internationaal te vinden is. Enerzijds bestaat het uit de AOW, dat een omslagsysteem is en daarmee belichaming van solidariteit tussen werkenden en niet meer werkenden. Anderzijds bestaat het uit ons pensioen, dat een spaarsysteem is en waarin diezelfde solidariteit een aanzienlijke rol speelt. ‘Maar…‘, zeggen ze alle drie, ‘het is aan herziening toe‘. Waarom? Ook daarover is men het in zoverre eens dat het vanzelfsprekend is dat een systeem waarvan de basis bijna zestig jaar geleden is gelegd om toen bestaande problemen op te lossen, moet worden veranderd als het de inmiddels de totaal veranderde problemen niet meer goed oplost.
  • Zelfs over wát het belangrijkste is, dat er is veranderd, zijn de filosoof, de werkende en de econoom het eigenlijk wel eens. Bijvoorbeeld: we worden allemaal veel ouder (de vergrijzing), mensen werken inmiddels véél korter bij één werkgever, veel meer mensen werken in deeltijd, niet meer in vaste dienst en/of als zelfstandige (bijv. zzp’er). En met name de vergrijzing is van keiharde, directe, financiële invloed op het pensioenstelsel. In 1956 was de verhouding tussen werkenden en zij die AOW genoten 7:1, nu is die 2:1. Deze ontwikkeling vormt een even keiharde aanslag op de solidariteit tussen de werkenden (die nu premie betalen) en de gepensioneerden (die nu AOW en pensioen ontvangen).
  • Aan de AOW moet je niet komen. Dat omslagstelsel als onderbouw en onderdeel van het totale pensioensysteem in Nederland deugt.
  • Ons pensioensysteem, waarbij het gespaarde pensioenkapitaal wordt geïnd, beheerd en uitgekeerd door pensioenfondsen en waarbij het onontkoombaar is dat beleggen een onderdeel is van de uitvoering van dat beheer, is aan verandering toe. Het huidige pensioenakkoord deugt niet.

Niemand aan de sprekerstafel gelooft ook dat solidariteit niet meer bestaat. Behalve misschien Koos Postema, maar die is nu in de eerste plaats de presentator die zijn prikkelende stelling ‘solidariteit bestaat alleen als je het slecht hebt en verdwijnt als je het beter krijgt’ gebruikt als breekijzer in de discussie. Wel is duidelijk dat een andere solidariteit, nl. die tussen veel- en weinigverdieners (of ontvangers van kleine of grote pensioenen) juist door het huidige pensioentumult onder steeds grotere druk staat. En ook dat de huidige en vorige (2008) crisis het allemaal wel erg op scherp stellen en mensen en partijen nóg meer in hun (politieke) verdedigingsposities jagen. Ook op 27 oktober 2011 in Studio 5 van het MCO te Hilversum. Er wordt geschermd met getallen, er wordt aangevallen en er worden ingenomen posities gerechtvaardigd. Vanaf het podium, vanuit de zaal.

Het kan ook haast niet anders als je positie wordt bedreigd. Je valt aan of je verdedigt. Niets menselijks is ons vreemd. Vanuit de zaal gaat Martijn Jonk, voorzitter van de JOVD vooral in de aanval, Jan Nagel van de Ouderenpartij past beide tactieken toe.

Van Wijnbergen: ‘Het huidige stelsel is nog niet zo slecht en we zijn zeker niet arm’

Maar dan?

Baars’ stelling is duidelijk, maar wordt in de terminologie waarvan men zich bedient bij dit soort steekspelen, niet echt herkend: “Solidariteit is ook dat je de problematiek eerlijk benoemt en elkaar niet meteen de oorzaak van de problemen toeschuift”. Uit zijn stuk in het jubileumnummer van VGOmedia Magazine weten we dat hij de pensioenfondsen wat betreft deze eerlijkheid niet zo hoog heeft zitten.

Pikaarts stelling heeft de charme van de duidelijkheid. Hij is niet tegen solidariteit, maar wel tegen een teveel daaraan. En daarvan is sprake als de verhouding werkenden-niet meer werkenden 2:1 geworden is en nog verder zal afvlakken. Als dan, bijvoorbeeld(!) ook nog eens de oude pensioenen worden berekend op basis van eindloon en de nieuwe op basis van middelloon én niemand toch kan beweren dat de pensioenfondsbesturen echt overvallen zijn door de vergrijzing… dan moet het toch duidelijk zijn dat de AOW- en pensioenleeftijd verder en sneller omhoog moeten. En ook dat de gepensioneerden een duit in het zakje moeten bijdragen om uit de problemen te komen. Jongeren én ouderen moeten uit eigen hoofde in de besturen van pensioenfondsen komen.

Postema begrijpt hem en kan zich voorstellen lid van de AVV te worden. “U bent welkom”, zegt Pikaart, “de AW kent geen leeftijdsdiscriminatie”.

Sweder van Wijnbergen is het niet met alle door Pikaart genoemde getallen eens, maar zou het met diens aan een nieuw pensioenstelsel te stellen eisen eens geweest zijn, ware hij eerder binnen gekomen. Die eisen waren: duidelijkheid over wat het probleem, is (zie Jan Baars), dat alle belanghebbende partijen kunnen meepraten, dat het systeem duurzaam is en dat er een faire verdeling plaats vindt van het totaal beschikbare pensioenvermogen dat 800 miljard bedraagt. Onze fondsen zijn niet arm!

Van Wijnbergen verduidelijkt een aantal zaken: “Het huidige stelsel is nog niet zo slecht en we zijn zeker niet arm”, maar… het stelsel is erg kwetsbaar door de beheersregels, die de fondsen (moeten) hanteren om hun boekhouding te doen, door hun noodgedwongen afhankelijkheid van de financiële markten én door de politiek (inclusief de vakbonden), die zeker in de huidige crisis een zijns inziens kwalijke rol speelt.

Met name door dat laatste blijft de rente zo laag en duikelen de dekkingspercentages door de toe te passen boekhoudregels (die ook andere zouden kunnen zijn!) omlaag. Terwijl die percentages al zo sterk daalden door het (plotseling) hanteren van de nieuwe sterftecijfers als gevolg van de vergrijzing. Het recente pensioenakkoord is daarnaast een schoolvoorbeeld van de kwalijke opstelling van de politiek en de bonden. De door de bonden afgedwongen compensatie tegenover de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar is het tegendeel van vernieuwing van het stelsel vanwege de niet te ontkennen veranderingen op de arbeidsmarkt. Het is een uit angst geboren, krampachtig vasthouden aan de jaren vijftig, dat overigens ook nog eens verkeerd en onrechtvaardig uitpakt en een bom onder het stelsel legt. Hij gebruikt woorden als ‘pervers’, ‘sigaar uit eigen doos’, ‘weeffout’ (zie zijn artikel in VGOmedia Magazine van oktober) en ‘onrechtvaardig tegenover de kleinere inkomensgroepen’.

Baars: ‘Solidariteit is ook dat je de problematiek eerlijk benoemt en elkaar niet meteen de oorzaak van de problemen toeschuift’

Conclusies?

Uitsluitend uitgerust met dat genoemde gezonde verstand kom ik tot een aantal observaties. Niet op die middag van de 27e oktober zelf. Nu, aan mijn bureau, de dvd-opname van het symposium tweemaal bekeken hebbend. Conclusies wil ik ze niet noemen.

  • Ten eerste: er zit helemaal niet zo veel lucht tussen de visies van de drie heren achter de tafel. Onenigheid over de onderbouwing daarvan met getallen (die zoals gewoonlijk wordt opgespeeld) verhindert niet dat je kunt constateren dat er een grote mate ven gelijkluidendheid bestaat in het schetsen van de oorzaken van de huidige pensioenproblematiek zowel als van de richting waarin de oplossing gezocht moet worden. Jong en oud aan de tafel (als je het zo mag noemen) zouden elkaar moeten kunnen vinden. Ook staan ze dicht bij elkaar in hun kritiek op het huidige pensioenakkoord, waarin een gevaarlijke prikkel tot risicovol beleggen wordt gezien. Het is Jan Baars die nogmaals aandacht vraagt voor het feit dat ons stelsel zo nodig voor iedereen moet gelden en dat bijv. de pensioenleeftijd ook voor iedereen gelijk moet zijn. En dat dat compleet voorbij gaat aan ieders persoonlijke omstandigheden en aan het recht op een vrije keuze. En dat hierin met het nieuwe akkoord niets verandert. Niemand weerspreekt hem. En dat is ook een vorm van overeenstemming.
  • Ten tweede: het zou (mijns inziens) zinvol zijn de noodzakelijke vernieuwing van het Nederlandse pensioenstelsel even los te zien van bijvoorbeeld zo’n meer technische kwestie als het door fondsen te hanteren rentepercentage. Het zou de werkbaarheid van het streven van alle partijen om tot een oplossing te komen ten goede komen.
  • Ten derde, en dit is een écht persoonlijke observatie: wij ouderen streven niet alleen naar een zo florissant mogelijke toekomstige financiële situatie, maar ook naar zekerheid daarover. We denken daar recht op te hebben.

Jongeren doen wat dat betreft niet voor ons onder! Elke deskundige zal zeggen dat op de lange termijn beleggen de profijtelijkste manier van het beheren van je spaargeld is. Jan Nagel voegt Martin Pikaart toe dat zijn 30 á 40-jarigen ‘nog alle tijd hebben’, dat er zeker betere tijden op de financiële markten zullen komen. Hij heeft daarin het gelijk aan zijn kant, maar hij biedt geen zekerheid. Hij biedt geen reden voor vertrouwen. Dus komt men niet tot elkaar.

Ook het nieuwe pensioenakkoord biedt geen vertrouwen. Integendeel. En ik persoonlijk kan dat heel goed begrijpen.