Kub Ter Visie, Maart 2001
Filosoof Jan Baars over 'mediaziekten'
Maatschappelijke vooruitgang brengt ook échte nieuwe gezondheidsklachten
(DOOR LINDA JANSEN)
Hoe reëel zijn moderne ziekten als RSI, ME en burn-out? Volgens Jan Baars, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte en gespecialiseerd in filosofie van mens- en maatschappijwetenschappen, zijn deze aandoeningen niet zomaar creaties van de media. Wel spelen media een rol bij de erkenning van deze klachten.
Elk tijdperk kent zijn eigen ziekten. Waren het vroeger hysterie en hyperventilatie waar veelvuldig over gesproken werd, tegenwoordig zijn RSI, whiplash, ME en burn-out helemaal `in'. Om deze reden worden bovengenoemde ziekten ook wel mediaziekten genoemd; een term die nogal wat vragen oproept, want: bestonden deze ziekten niet voordat er aandacht aan werd besteed in de media? Waarom verdwijnen deze ziekten na verloop van tijd weer? Of is het zo dat er slechts geen aandacht meer aan wordt besteed?
Jan Baars heeft zo zijn eigen visie op het bestaan van deze ziekten en neemt bij zijn uiteenzetting allereerst de term 'ziekten' onder de loep. RSI, whiplash, burn-out en ME zijn naar zijn mening geen ziekten, maar de benamingen van groepen vage klachten, veroorzaakt door veranderingen in de centrale maatschappelijke domeinen, zoals productieprocessen en consumptie- en communicatiepatronen. Zo is het RSI-syndroom duidelijk gerelateerd aan het toenemende computergebruik en heeft het ontstaan van whiplashes vaak iets te maken met de snelheid waarmee wij ons vervoeren. De problemen die tegenwoordig met ME of burn-out worden aangeduid, worden bevorderd door de eisen die de samenleving aan het individu stelt.
Menselijke controle
Je kunt hieruit concluderen dat mensen blijkbaar niet zonder meer en probleemloos in hun omgeving passen. Zolang mensen voor hun werk gebruik maken van werktuigen die te beschouwen zijn als directe verlengstukken van het lichaam is de situatie nog relatief overzichtelijk. Deze wordt onoverzichtelijker naarmate de arbeid vaker plaatsvindt in moderne, complex georganiseerde systemen. Deze kennen namelijk een dynamiek die in dié zin iets onmenselijks heeft, dat ze niet afgestemd is op individuen.
Vanaf de achttiende eeuw is deze onoverzichtelijkheid snel toegenomen. Tot dan toe werd de wereld door de mensen zelf gezien als rationeel inzichtelijk. Echter, ontwikkelingen als de industrialisering en de daarmee gepaard gaande modernisering maakten snel duidelijk dat de samenleving meer en meer gedomineerd zou gaan worden door systemen die zich aan de menselijke controle leken te onttrekken.
Waar Hegel deze veranderingen nog filosofisch probeerde te omvatten en we ook bij Marx nog een vergaand vertrouwen terugvinden in het vermogen van de mens om deze ontwikkelingen te beheersen, stelden denkers als Schelling, Nietzsche, Kierkegaard en Freud vragen over de haalbaarheid van deze pogingen. Daarnaast veranderden de hierboven beschreven gebeurtenissen de verhouding tussen de filosofie en de wereld. Filosofen kunnen niet langer, zoals dit in de achttiende eeuw nog volop gebeurde, enkel en alleen op basis van hun eigen bespiegelingen, uitspraken doen over ziektes en hun mogelijke geneeswijzen. Zij worden hierbij afhankelijk van ervaring en empirisch onderzoek. Dit betekent echter uiteraard niet dat filosofen alles wat uit empirisch onderzoek naar voren komt als zoete koek accepteren. Bij erkenning van syndromen spelen belangen van de medische wereld en werknemers vaak een belangrijke rol.
'Duidelijke' ziekten
Er zijn ziekten die door de eeuwen heen duidelijk als zodanig geïdentificeerd kunnen worden, ook al zijn de terminologie, diagnostiek en therapie in de loop der jaren drastisch veranderd. Waarom dergelijke 'duidelijke' ziekten, zoals longontsteking, bij het ene individu ontstaan en bij het andere, even vatbare individu niet, blijft echter een raadsel. Ook recent onderzoek toont aan dat allerlei ongrijpbare omgevingsfactoren hierbij een belangrijke rol blijven spelen.
Bij het invoeren van nieuwe technologieën worden de problemen voor de daarbij betrokken individuen echter vaak pas achteraf manifest. De toenemende complexiteit van de maatschappij leidt dus niet alleen tot ontlasting, maar ook tot nieuwe belastingen, die zich pas na verloop van tijd openbaren. Dergelijke onzekerheden gelden bijvoorbeeld voor genetisch gemanipuleerd voedsel, voor toenemende GSM-straling, gehoorschade door enthousiast gebruik van walkmans etc.
Erkenning en belangen
Het onderbrengen van de meest diverse klachten in één syndroom is van cruciaal belang voor de erkenning van dit soort klachten. De empirische wetenschappen spelen hierin een belangrijke rol. Met behulp van deze wetenschappen kunnen bepaalde problemen ondergebracht worden bij bestaande expertisesystemen. Echter, het verkrijgen van een dergelijke erkenning verloopt niet altijd even gemakkelijk, mede doordat bij dit soort processen grote belangen gemoeid zijn. Baars haalt ter illustratie het voorbeeld aan van de schadelijke gevolgen van het roken. De erkenning van dit syndroom verliep slechts moeizaam. De epidemiologie bracht hierover jarenlang bewijzen bijeen, maar niet alleen de wetenschap gaf hier de doorslag. Pas toen door wetgeving en rechtszaken met grote financiële gevolgen de tabaksindustrie in het nauw werd gedreven, ontstond ook van die kant schoorvoetend erkenning van het probleem.
Daarnaast spelen de belangen van de medische wereld en werknemersbelangen vaak een belangrijke rol. Bij 'enigszins erkenning' van bepaalde syndromen wordt aan de medische wereld geld ter beschikking gesteld om onderzoek uit te voeren naar de oorzaken en geneeswijzen van de ziekten. Voor werknemers legitimeert de erkenning van hun klachten dat zij niet op hun werk verschijnen en dat zij de vaak dure behandelingen mogen volgen. Bijkomend nadeel hiervan kan zijn dat de werknemer een duidelijke identiteit als zieke krijgt opgelegd.
De rol van de media
Ook de media spelen in dit proces van erkenning en niet-erkenning een belangrijke rol. Allereerst door hun inbreng bij de benoeming van typische syndromen van klachten. Zij reiken hiervoor de terminologie aan waarmee allerlei problemen aangeduid kunnen worden, waarbij afkortingen overigens de status van dergelijke terminologie lijken te vergroten. Op deze en andere manieren leveren de media een belangrijke bijdrage aan de maatschappelijke discussies die noodzakelijk zijn om binnen een cultuur meer overeen- stemming te bereiken over de invulling van bepaald syndroom. Hierdoor ontstaat dan weer de bredere erkenning die voorwaarde is voor het ondernemen van actie ter bestrijding van de met het syndroom samenhangende problematiek. Daarnaast spelen de media een belangrijke rol in het vergroten van de herkenbaarheid van een bepaald probleem. Door in de media geconfronteerd te worden met bepaalde problemen zullen mensen zich eerder bewust worden van de problemen die zij zelf hebben met hun eigen leefwereld. Ook wordt door de aandacht die in de media aan de 'ziekten' wordt besteed het spreken over de eigen problemen vergemakkelijkt.
Syndroom en individuele klachten
De relatie tussen individuele klachten en maatschappelijke veranderingen blijft echter vaak moeilijk te leggen. Door verschillende problemen, die misschien op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben, onder te brengen in een Zolang mensen voor hun werk gebruik maken van werktuigen die te beschouwen zijn als directe verlengstukken van het lichaam, is de situatie nog relatief overzichtelijk syndroom, kan helderheid worden geschapen in een onheldere situatie. Zowel de empirische wetenschappen als de media leveren hier hun bijdrage aan. Baars noemt echter als belangrijke beperking van de empirische wetenschappen dat het onderzoek binnen deze wetenschappen wordt uitgevoerd in termen van statistieken. Het resultaat hiervan is dat de uitkomsten nooit meer omvatten dan uitspraken over de waarschijnlijkheid van het bestaan van bepaalde fenomenen. Nogmaals het voorbeeld van de epidemiologische wetenschap, die heeft aangetoond dat er een relatie bestaat tussen roken en vroegtijdig overlijden. Dit vroegtijdig overlijden is als zodanig erkend als syndroom. Echter, niet iedereen die rookt overlijdt vroegtijdig. Het resultaat van het onderzoek staat dus op afstand van het individuele geval.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor de media. Deze baseren zich op de verhalen van grote groepen mensen, waarin het individu zich vaak wel gedeeltelijk zal kunnen herkennen, maar toch nooit helemaal. De afstand tussen de definitie van het syndroom en de ervaringen van het individu blijft bestaan en is typerend voor de zogenaamde mediaziekten.
Mediaziekten
We kunnen dus concluderen dat aan de ene kant het ontstaan van bepaalde klachten wordt bevorderd door de hoge en veranderlijke eisen die vanuit de samenleving aan het individu worden gesteld en dat aan de andere kant in de samenleving krachten aan het werk zijn die zich richten op de erkenning van deze problemen. In dit ambivalente proces van erkenning en niet-erkenning spelen de media een belangrijke rol door hun inbreng in de benoeming van typische syndromen van klachten. Bovengenoemde ziekten zijn, aldus Baars, dus geen media-ziekten in die zin, dat ze door de media worden gecreëerd. Het zijn generaliserende syndromen van de meest diverse, maar daardoor niet per se irreële individuele klachten, die voor een deel tot de onvoorziene gevolgen van onze 'vooruitgang' behoren.
Jan Baars, Ph. D. --- info@janbaars.nl