Jan Baars, Ph. D. on Aging, Philosophy and Social Theory

Filosofie Magazine, Mei 2006

Je bent zo oud als je je voelt. Of niet?

Door Hester Eymers

Bespreking van: Baars, Jan, Het nieuwe ouder worden. Paradoxen en perspectieven van leven in de tijd. Amsterdam: SWP - reeks Humanistics University Press, 2006, 272 pp. €29,50.

Mensen blijven steeds langer fit; toch worden ze op steeds jongere leeftijd beschouwd als oud. Hoe is deze tegenstelling ontstaan, en is er een uitweg?

Mensen worden steeds ouder: de afgelopen honderdvijftig jaar is de levensverwachting zo'n beetje verdubbeld. Bovendien blijven we steeds langer fit en gezond; onderzoek toont aan dat iemand van zestig mentaal op hetzelfde niveau functioneert als iemand van 25. Tegelijkertijd vinden we onszelf steeds eerder oud; boven de vijfendertig wordt het steeds moeilijker om een baan te vinden. In overheidsrapporten die levenslang leren' willen stimuleren, wordt geen beleid ontwikkeld voor mensen ouder dan zestig jaar. Waar komt die merkwaardige discrepantie vandaan?

Volgens Jan Baars, bijzonder hoogleraar Interpretatieve Gerontologie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht en docent Wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg, heeft deze paradox alles te maken met de manier waarop we tegen 'tijd' aankijken. Ons leven wordt tot op grote hoogte geregeld door onze kalenderleeftijd: er zijn leeftijden vastgesteld voor leerplicht, AOW en pensioen. Die vastgestelde leeftijden stammen uit voorbije eeuwen, toen eerst Napoleon met zijn Code Civil de registratie van de bevolking op poten zette - nodig voor dienstplicht en belasting; hij moest zijn legers immers op sterkte houden - en vervolgens werden in de negentiende eeuw regels ingevoerd om burgers te beschermen tegen de 'onbarmhartige werking van marktmechanismen'. De leerplicht moest kinderarbeid tegengaan, het staatspensioen moest de ouderdomsarmoede bestrijden. Inmiddels zijn de omstandigheden drastisch verbeterd, maar onze levens verlopen nog altijd volgens dat oude stramien. Aan dat oude levensloopprogramma ligt de levensloop van de man ten grondslag: hij was degene die de kost verdiende, die de economie draaiend hield, en daarom in bescherming genomen moest worden. Dat verklaart waarom 'zorg' zo'n problematisch onderdeel is van het beleid: er is van oudsher nooit daadwerkelijk een plek voor ingeruimd. Vanuit economisch standpunt is zorg ook geen interessant 'product', omdat het maar tot op beperkte hoogte geautomatiseerd en gemanaged kan worden. Iemand wassen en aankleden kost nu eenmaal tijd; rendementseisen, verbeterde productieprocessen of managementprotocollen halen daar weinig uit.

Kalenderleeftijd

Maar wat betekent onze kalenderleeftijd eigenlijk? Goedbeschouwd is die slechts het resultaat van eenvoudig meten: hoeveel tijd is er verstreken sinds iemand werd geboren? Dat meetinstrument hebben wij zelf bedacht; waarbij we ons gericht hebben op de omloopsnelheid van de aarde rond de zon en van de maan rond de aarde. We hadden evengoed een ander ijkpunt kunnen kiezen: elk proces dat zich met een zekere regelmaat herhaalt had de basis voor ons tijdsbegrip kunnen vormen. Onze vertrouwde uren en minuten hadden niet bestaan, of op zijn minst een totaal andere duur gehad, maar we hadden net zo goed een referentiekader van tijd gedeeld, zodat we afspraken konden maken of de duur van een bijeenkomst konden vaststellen. Leeftijd, de chronologisch gemeten tijd, is een neutraal gegeven, dat niets zegt over iemands capaciteiten of eigenschappen. We begrijpen nog weinig van verouderingsprocessen, maar het is al wel duidelijk dat het verstrijken van tijd geen eenduidige causale factor is. Mensen kunnen dezelfde kalenderleeftijd hebben, maar in lichamelijke en mentale ontwikkeling hemelsbreed van elkaar verschillen. Dat geldt voor kleine kinderen net zo goed als voor ouderen. De ontwikkeling, en later veroudering, van organen binnen één lichaam verloopt zelfs niet synchroon. Allerlei natuurlijke, biologische processen volgen niet de door ons bedachte, netjes in gelijke partjes (uren, minuten, seconden) gehakte tijd, maar hebben een veel onregelmatiger en grilliger verloop: de biologische klok.

Onze klok, de chronologische tijd, waarmee wij onder andere leeftijd vaststellen, is dus eigenlijk een tamelijk nietszeggend ding. Het is een instrument dat een door onszelf vastgestelde eenheid meet, maar niets zegt over wát het meet. Toch hechten wij veel betekenis aan cie gemeten waarden. Iemand van vijfentwintig moet 'jong, ambitieus en dynamisch' zijn, terwijl iemand van boven de vijftig al 'te oud voor de arbeidsmarkt' geacht wordt.

In Het nieuwe ouder worden introduceert Baars een alternatief en filosofisch veel rijker tijdsbegrip. De lezer maakt kennis met de 'ervaren tijd', een tijdsbegrip dat stamt uit de fenomenologie. De filosofische achtergronden passeren de revue erg snel en beknopt, maar daarna volgt een zeer begrijpelijke invulling van deze 'ervaren tijd'. In deze ervaren tijd zijn verleden, heden en toekomst altijd met elkaar vervlochten. Als je naar een pianoconcert luistert bijvoorbeeld, hoor je de op dit moment gespeelde noten, maar de eerder gespeelde noten klinken nog steeds mee, terwijl het indrukwekkende einde al verwacht wordt.

Wie goed kijkt, ziet evenzo dat afhankelijkheid en kwetsbaarheid niet pas aan het eind deel gaan uitmaken van het leven, maar vanaf het prille begin meeklinken. Kwetsbaarheid neemt bij het volwassen worden meestal geleidelijk af - maar dat geldt niet of in mindere mate voor gehandicapten en chronisch zieken - en bij het ouder worden neemt ze geleidelijk weer toe. In deze visie krijgt 'zorg' daarom een veel grotere plaats in het leven; zonder zorg zou geen van de overige (economische) activiteiten die de mens onderneemt, mogelijk zijn. De verdeling van zorg blijkt ook veel minder zwart-wit dan. vaak wordt gedacht, veel ouderen bijvoorbeeld zijn helemaal niet hulpbehoevend, maar verlenen mantelzorg als oppasoma's en -opa's. Een filosofische benadering zoals Baars hier presenteert, is een welkome kritiek en aanvulling op het heersende zwart-witbeeld. Een vervanging ervoor zal zij niet snel worden, hoezeer de auteur daar ook op hoopt, daarvoor is de chronologische tijd een te gemakkelijk te hanteren beleidsinstrument De getallen en cijfertjes zullen voorlopig nog wel de overhand houden.

Allerlei natuurlijke, biologische processen volgen niet de door ons bedachte, netjes in gelijke partjes gehakte tijd, maar hebben een veel onregelmatiger en grilliger verloop: de biologische klok

Jan Baars, Ph. D. --- info@janbaars.nl

Bestel dit boek bij BOL

Tijdschrift voor Humanistiek 28: Themanummer over het nieuwe ouder worden

12 december 2006

Het decembernummer van het Tijdschrift voor Humanistiek heeft als thema het nieuwe ouder worden en opent met Jan Baars' artikel Hoezo nieuw ouder worden?.
Download PDF

'Het nieuwe ouder worden' in de pers

Interview in Taskforce Ouderen en Arbeid brochure 'Met kennis van zaken'

12 februari 2003

In de brochure 'Met kennis van zaken: de wetenschap adviseert' van Taskforce Ouderen en Arbeid staan korte interviews met enkele toonaangevende experts zoals Lans Bovenberg, Ruut Veenhoven en Jan Baars. Lees verder...