Plus Magazine - November 2008
De anti-leeftijdsleer van prof. Jan Baars
Tekst: Lenny Langerveld
Vijftigers komen niet meer aan de slag op de arbeidsmarkt, zestigers beginnen al op de rem van het leven te staan en wie 65 wordt, is écht toe aan z’n pensioen. In onze samenleving regeert de dwang van de leeftijd. Daar moet verandering in komen, vindt hoogleraar Jan Baars.
Leeftijd is toch veelzeggend?
Natuurlijk zegt leeftijd best wel iets. Maar, als het gaat om ouder worden, wordt de betekenis van leeftijd schromelijk overdreven. Ik kan me op mijn zestigste een fitte vent voelen, jij bent misschien op je vijftigste een wrak. Uit onderzoek blijkt, dat leeftijd nauwelijks informatief is als het gaat om verouderingsprocessen. Veroudering is een realiteit, maar houdt zich niet aan het ritme van de klok en verloopt niet volgens leeftijd. Andere - persoonlijker - zaken zijn bepalend: De gezondheid die we van onze ouders hebben geërfd, onze leefstijl, de plek op aarde waar we geboren zijn. Als jij al veertig jaar niet aan sport hebt gedaan en nauwelijks hebt bewogen, ben je stijf op je 60e. Niet omdat je 60 bent, maar omdat je al veertig jaar op de bank hangt. En als je al dertig jaar reorganisaties in het onderwijs meemaakt, heb je daar de balen van. Niet omdat je oud bent, maar omdat je geen zin meer hebt in wéér een reorganisatie die door een vlotte dertiger wordt aangeprezen als zaligmakend.
Veroudering is onontkoombaar, maar heeft vele vormen en alle cijfers omtrent levensverwachting en gezondheidsproblemen zijn gemiddelden. Ik weet dat ik dood ga, maar godzijdank weet ik niet wannéér dat is. Wat heb ik aan de cijfers aangaande alle ziektes die mij kunnen treffen? Daar kan ik toch niet mee gaan leven? De overheid moet op basis van die cijfers zorgen voor voldoende ziekenhuizen, maar voor mij persoonlijk hebben ze geen betekenis. Net zo min als de statistieken die zeggen dat ik 76 jaar zal worden.
Okay, dan laten we leeftijd toch los?
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Generaliseren is namelijk heel handig voor beleidsmakers. Het maakt de wereld overzichtelijk en in tabellen te vatten. En, eerlijk is eerlijk, een regering moet plannen, dat is onvermijdelijk. Beleidsmakers moeten weten hoeveel scholen er gebouwd moeten worden in 2020 of hoeveel AOW er in 2012 zal moeten worden uitgekeerd.
Dus het zijn vooral de beleidsmakers die leeftijd-denken hanteren?
Ja. Maar dat beleidsdenken is doorgesijpeld naar het leven van alledag. En dat snap ik ook wel. Als stoppen met werken op je 65e een verworven recht is geworden, geef je dat niet graag op. Zeker niet als je zwaar lichamelijk werk doet en het eigenlijk niet meer aan kan. Maar juist wanneer mensen door overbelasting echt versleten zijn wordt ook duidelijk dat zoiets niet door de leeftijd bepaald wordt. Het is even onzinnig om iedereen door te laten werken tot een bepaalde leeftijd bereikt is, als iedereen dan te dwingen op te houden.
Ook over je eigen leven kan je niet in beleidstermen denken. Mensen veronderstellen ten onrechte dat leeftijd iets belangrijks zegt, maar dat is niet zo.
Waarom niet?
Er zijn wel fases in je leven, maar die zijn minder gebonden aan leeftijd dan aan situaties. Als je getrouwd bent en het komt tot een scheiding, dan is er een fase afgesloten, ongeacht je leeftijd. Wat ik eigenlijk wil zeggen is: Laat je niet inperken door het feit dat je vijftig bent of zestig. Wat je doet in het leven, wat je belangstelling heeft, waar je je tijd aan besteed, heeft niets te maken met je leeftijd. Het heeft te maken met hoe je wilt leven en wie je wilt zijn. En in veel opzichten leven we ook zo. We houden van onze geliefden, hebben onze hobby’s, onze favoriete vakantiebestemmingen. Maar het ouder worden is tegelijkertijd zó georganiseerd is, dat het je op bepaalde punten eigenlijk onmogelijk wordt gemaakt om te leven zoals je wilt. Je pensioen begint op je 65e en precies als ze 65 zijn, hebben mensen ook helemaal geen behoefte meer om te werken en willen ze zich terugtrekken. Dat is hen vakkundig aangepraat. Dankzij de cursus ‘Midlifecrisis’ die ze op hun 40e al aangeboden kregen, dankzij de cursus ‘Pensioen in zicht’ die ze op hun 60e konden volgen.
Maar cijfers zijn toch neutraal?
Nee, ik vind de overbenadrukking van leeftijd allerminst neutraal. Voor twintigers of dertigers geeft dat niet, voor hen pakt ’t positief uit. Dertig is: actief, dynamisch, werkzaam, midden in het leven. Maar aan zestig hangt een héél ander kaartje: afgedaan zijn, niet meer interessant zijn, je leven is voorbij… Individuele verschillen zijn van ondergeschikt belang. Want het meest in het oog springende kenmerk is: niet meer jong zijn. De seniorenstatus duidt steeds op een tekort. Het ontbreken van jeugd. Niet meer jong. Niet meer actief. Niet meer kunnen werken. Niet meer serieus genomen worden.
De cijfers zetten ouderen apart van de anderen, enkel en alleen op basis van leeftijd. Maar het knikt ook ons eigen levensverhaal in twee delen. Er wordt een dikke streep getrokken. Ónder de streep ben je jong, daarboven oud. Maar dat is onzin, verouderen is een continu en voortgaand proces dat bij elk van ons anders verloopt. Maar juist die continuïteit gaat verloren.
Biologisch worden we láter oud, maar maatschappelijk zijn we steeds vroeger oud.
Jan Baars (1947) is als bijzonder hoogleraar Interpretatieve Gerontologie verbonden aan de universiteit voor Humanistiek te Utrecht en doceert Wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Recentelijk verscheen van zijn hand Het nieuwe ouder worden. Paradoxen en perspectieven van leven in de tijd. (Uitgeverij SWP, Amsterdam)
Over welke leeftijdsgrens heb je het eigenlijk?
Ja, dat is een goed punt. Het belabberde is, dat we tegenwoordig vanaf 50 al oud zijn en niet vanaf 65. Dat hebben we aan de VUT te danken in de jaren ’80. Vervroegd stoppen met werken had economische redenen, maar heeft veroorzaakt dat we zijn gaan denken dat zelfs 50ers al niet meer tot werken en volwaardig maatschappelijk functioneren in staat zijn. Ik noem dat de paradox van de Steeds Jongere Oudere. We worden biologisch láter oud, maar maatschappelijk zijn we steeds vroeger oud. Die maatschappelijke veroudering verloopt bovendien niet geleidelijk, maar treedt plotseling in, wanneer mensen een bepaalde leeftijd hebben. Ongeacht de vraag of ze gezond zijn of niet. We bombarderen eerst alle 50+ers tot ouderen en vervolgens gaan we klagen over de vergrijzing en dat er zoveel ouderen zijn! Zo lust ik er nog wel een paar.
Waarom zijn is ouder-zijn en oud worden tegenwoordig uberhaupt een thema?
Wie in het verleden een hoge leeftijd bereikte en daarbij ook nog gezond bleef was een uitzondering en beschouwde dit als een zegen of een gelukkig toeval en wijdde er verder geen gedachten aan. Maar daardoor is er nauwelijks een inspirerende visie op goed ouder worden ontstaan. Momenteel beleven we het Nieuwe Ouder Worden. Nooit eerder was het ouder worden zo massaal als vandaag de dag. De babyboomers breken uit alle gebruikelijke demografische modellen.
Wat is dat? Goed ouder worden?
De Romeinse wijsgeer Seneca wijdde 2000 jaar geleden al een beschouwing aan de kortheid van het leven. Zijn conclusie is, dat we het leven als kort ervaren, omdat we ons de tijd laten ontstelen. Levenskunst is voor hem vooral de kunst om zelf te blijven beschikken over je tijd. En dat doe je door in het heden te leven. Geluk is in het hier en nu, in het alledaagse leven van vriendschap en genieten van de kleine dingen des levens. Goed ouder worden is dus niet iets van de toekomst, maar van het hier en nu. Leven in het heden, in verbinding met het verleden en verbonden met de toekomst.
Los van de cijfers, dus? Maar dan moet je wel sterk in je schoenen staan.
Ja, dat zou je kunnen zeggen. Lak hebben aan conventies, dat lijkt me wel goed. Je zo weinig mogelijk aantrekken van leeftijdsgebonden generalisaties. Negeer de demografische berekeningen van de vergrijzing.
Steeds meer mensen hebben hun eigen manier gevonden om uit het dictaat van de leeftijd te stappen: ze wenden zich tot plastische ingrepen.
Met al die aandacht voor beginnende rimpelvorming en andere onvolkomenheden versnel je je persoonlijk beleefde veroudering in plaats van dat je die afremt. Je wilt jong zijn, maar door de uitzichtloze en bovenmatige fixatie daarop, voel je je veel ouder dan nodig zou zijn.
Is er een kentering in zicht in het denken over leeftijd?
Tsja. Ik zit al vijftien jaar te wachten op een kentering in het denken over ouderen, maar tot nu toe heeft die zich niet aangediend. Senioren zijn steeds vaker bereid om door te werken en als ze voportijdig hun baan verliezen blijven ze zoeken naar werk. Maar het gros van de werkgevers vertikt het om hen aan te nemen. Ooit moet het denken over ouderen toch gaan kantelen, lijkt mij. Er zullen steeds meer maatschappelijk actieve senioren komen. De senioren van de pioniers. Zij moeten de paden gaan banen voor de generaties na hen. Misschien nemen de vrije beroepen het voortouw. Harry Mulisch is nu 80, gelukkig stopte hij niet met schrijven toen hij 65 werd. Dat geldt voor meer kunstenaars, architecten, journalisten. Ooit zal de maatschappij actieve ouderen, maar ook werkende ouderen wel normaal gaan vinden. Dat kán niet anders.
Jan Baars, Ph. D. --- info@janbaars.nl







