Jan Baars, Ph. D. on Aging, Philosophy and Social Theory

NRC Next - 15 november 2012

Geen geld, geen aandacht

Lineke Nieber

Zet honderd mensen bij elkaar. Honderd oude mensen – die elkaar niet kennen. Geen hospiteeravond, maar het lot en hun gezondheid bracht hen bij elkaar. De meesten zijn hulpbehoevend, soms vergeetachtig, soms ziek. En iedere week gaat er wel iemand dood. Geef die bewoners een eigen kamer en een gezamenlijke eetzaal. Organiseer af en toe een activiteit: plaatjes draaien, gym of knutselen. Iedere dag krijgen de bewoners te eten en te drinken. Maar niet op het moment dat zij dat willen.

Raar dat dat soms wrijving oplevert? Nee - natuurlijk niet.

Maar hoe kan het dan dat er nu opeens over ouderen en pesten wordt geschreven? Er werden de afgelopen vier jaar tientallen artikelen in kranten gepubliceerd. We konden lezen over buitensluiting in verzorgingshuizen. Over bewoners die elkaar trappen onder tafel. Over mensen die hun kamer niet meer afdurven en over prullenbakken die voor de deur van anderen worden uitgestort. Pesten zou kortom „sterk zijn toegenomen”. 

Maar onderzoeken zijn er niet. Er is één afstudeerscriptie en sinds mei is er een Pestprotocol. De richtlijn, opgesteld door het Ouderenfonds en  de Radboud Universiteit Nijmegen, is er voor het personeel in tehuizen, en leert  hoe zij met pestgedrag om moeten gaan.

Waar zijn de ouderen zelf in dit verhaal? Vinden zij dat er veel wordt gepest?

We vragen het in Woonzorgcentrum Bunninchem, in Bunnik – een willekeurig verzorgingshuis, met xx bewoners (check).  Het is woensdagochtend 10 over 10. Achterin de eetzaal zitten vijf vrouwen.  Ze zijn 83, 85, 86, 90 en 92 jaar. Ze willen praten, maar niet met hun naam in de krant.

Eerste vraag: hoe is de sfeer?

De vrouw van 86:  „Ze maken zo’n herrie daar aan die tafel, dat we elkaar hier niet verstaan. We horen van alles, waar we niet in geïnteresseerd zijn.”   Ze kijkt de tafel rond. „Zo is het toch?” En dan:  „Het is een algemene klacht.”

Een ander: „Wij hadden vroeger vaste vloerbedekking. Die was niet zo welluidend. Dit (zeil) klinkt zo hard.”

„Na de verbouwing is dat veranderd.”

„Ze gaan elkaar overschreeuwen. Daar heb ik onmiddellijk iets van gezegd. Je moet wachten als er iemand praat. Dat doen ze niet. Of ze dat expres doen weet ik niet.”

De vijf  zijn bekende gezichten in het tehuis. Ze wonen hier tussen de vier en negen  jaar. Ze komen uit Utrecht, Den Haag, Rotterdam en Bunnik. Twee kwamen met partner, maar inmiddels zijn ze alle vijf alleen. Ze noemen hun situatie „gedwongen samenleven”.  „We zijn geen vriendinnen”, zegt de vrouw van 86.  „Wij zijn tegen elkaar aangeklapt.”

Iedere ochtend drinken ze samen koffie – aan de ronde tafel naast de vogelkooi. Ze praten over de kleinkinderen, de kapper en een uitstapje van drie dagen geleden (kersen eten in de boomgaard). Een van hen – met vakbondsverleden -  zou liever over politiek praten, maar daar heeft lang niet iedereen zin in. „Het interesseert de mensen niet meer. Ze willen niet in discussie.”  De meeste andere bewoners kennen de vijf van gezicht, en soms van naam. Maar echt contact is er niet. „Overlijden is hier aan de orde van de dag”, legt de jongste  uit. „Je weet dat er af en toe iemand wegvalt. Daar stel je je op in.”

Na de koffie vertrekken ze naar hun kamer,  of ze maken een rondje door de lange gangen van het tehuis – opdracht van de fysiotherapeut. „Er is wel dagopvang”, zeggen ze – een plek waar activiteiten worden georganiseerd, „maar dat is niet altijd je smaak.”

Het tehuis in Bunnik heeft drie verdiepingen, een kleine huiskamer en 24 aanleunwoningen aan de overkant. Er is een winkel, een kapsalon, een bibliotheek  en een binnentuin. Wat direct opvalt is de ijzeren regelmaat waarmee de dagen zijn verdeeld. Stap je zes weken later namelijk opnieuw om tien uur de eetzaal binnen, dan zoek je naar verschillen, maar die zijn er niet. Dezelfde mensen drinken koffie  rond dezelfde tafels. De tafelkleedjes zijn er nog, net als de bloemstukjes.

Het tehuis ademt een ritme, zeggen de bewoners. En zij onderwerpen zich. Want je wilt wel uitslapen, maar geen warm eten als ontbijt, zegt een van hen.  „Dus sta je iedere dag om acht uur op. Want warm eten is om twaalf uur. Dat zijn de regels.”

Om tien uur is er koffie, twee uur later warm eten. Bij ieder tijdstip hoort een vaste zitplaats. Aan iedere tafel zit één bewoner die de vuile vaat verzameld. Tijdens het eten wordt er weinig gesproken. Erna vertrek je. Rollators horen bij de ingang, wielen richting de deur.

Wetten zijn het misschien niet, maar de gewoontes zijn dwingend. En doorbreekt iemand die gewoontes, omdat die nieuw is, of gewoon brutaal, dan kan dat wrijving opleveren.

Mevrouw van de Brink (82) fluistert: „Er zijn mensen die zeggen dát is mijn plaats. Niemand die het lef heeft daar te gaan zitten.”

Een ander: „Sommige mensen zitten in een rolstoel, maar die kunnen gewoon lopen. Dat geeft ze privileges.”

Jan Romme, directeur van het Ouderenfonds (dat zich inzet voor het welzijn van ouderen) en initiatiefnemer van het Pestprotocol, zegt dat bewoners balanceren tussen aanpassen en zelfbeschikking. Mensen hechten aan houvast, aan hun eigen plaats in het geheel. „Ze leggen een tasje op de stoel naast zich. Jij mag daar niet zitten.” Dát is natuurlijk van alle tijden, zegt hij. Maar er zijn de afgelopen jaren ook ontwikkelingen die de sfeer in tehuizen beïnvloeden.

Werd je dertig jaar geleden 65 dan kon je zelf een tehuis uitzoeken, eentje waar je vriendinnen woonden bijvoorbeeld. Nu stimuleert de overheid ouderen om zolang mogelijk thuis te blijven wonen. „Om in aanmerking te komen voor een plek in een tehuis moet je zwak en hulpbehoevend zijn. Dán valt er niets meer te kiezen.” Het gevolg is dat de sociale achtergrond van mensen in tehuizen uiteenloopt, en daarmee ook de interesses en het geld dat ze te besteden hebben. „De een houdt van poffertjes, de ander van cultuur. En er zijn mensen die iedere week naar de kapper kunnen en anderen nooit”, zegt Romme. „Het is een fenomeen dat je ook in gevangenissen ziet: veel mensen bij elkaar met weinig omhanden, en grote verschillen in afkomst. Een prachtige kweekgrond voor pesterijen.” 

Filosoof en sociaal gerontoloog Jan Baars benadrukt eerst dat goed onderzoek ontbreekt. „Pesten is van alle tijden. We weten niet of dat in tehuizen nu meer gebeurt dan vroeger.” Wat hij wel weet: ouderen en ouder worden wordt meer dan ooit gezien als een probleem in onze samenleving. „Een kostenpost. Een lastpost. De kranten staan er vol mee.” En volgens Baars weten we eigenlijk niet zo goed wat we met die groep aan moeten. „Ouderen  komen in een situatie terecht waarbij te weinig geld en aandacht voor ze is. Terwijl de groep groeit.”  Die frustratie hoopt zich bij ouderen op. „Stop te veel mensen die zich vervelen in kleine ruimtes bij elkaar en er ontstaat  gemakkelijk een nare sfeer .”  Baars denkt dat het voorkomen van pesten niet zozeer aandacht vraagt, maar de vraag: hoe creëer je in tehuizen een goede en zorgzame  sfeer. „Pesten is een symptoom van een bredere probleem – hoe we met ouderen omgaan. Net als ondervoeding daarvan een symptoom is, en verwaarlozing en eenzaamheid.” 

Mevrouw van Hal (94 jaar) woont op de tweede verdieping in het tehuis in Bunnik. Vanaf de drempel kijkt ze op de begraafplaats. Vanaf haar leunstoel op de binnentuin. Ze woont hier zeven  jaar, en nog steeds, zegt ze, is wonen „in een gemeenschap” soms moeilijk. In de eerste plaats omdat in deze gemeenschap de gebreken overheersen. 

Van Hal: „Als je een gesprek voert is er altijd wel iemand die er middenin valt. Er zijn zoveel dove mensen hier. Daar word je moe van.” Zelf woonde ze aanvankelijk in De Kromme Rijnhof  in Werkhoven. Een klein tehuis, dat de deuren moest sluiten. Bewoners verhuisden noodgedwongen naar Bunnik. Ik ben geen mens voor ruzie of roddelen, zegt ze zachtjes. „Maar de mentaliteit van de bejaarden hier verschilt van die in de Kromme Rijnhof.”  Mensen uit Werkhoven hebben wat minder te besteden, zegt ze. Er is afgunst soms. Pesten zou ze het niet noemen. „Het is negeren.”

Ook Jonneke  Temmen, die in beide tehuizen heeft gewerkt legt uit dat de rivaliteit tussen bewoners uit Bunnik en Werkhoven, nog steeds voelbaar is. Het is alsof er een scheidslijn door de eetzaal kronkelt. Rechts – ter hoogte – van de keuken zitten meestal de mensen uit  Werkhoven. Zak je af naar achter, dan kom je bij de bewoners uit Bunnik, en van verder weg. „Er is door de jaren heen niet veel veranderd wat dat betreft.”

Wat wel veranderde: de tijd die er is voor bewoners. Schaalvergroting en minder personeel vraagt om een andere aanpak. „In De Kromme Rijnhof had je iedere avond nog een warme melk-ronde. En je bracht er per  avond hoogstens vier bewoners naar bed. Nu is er geen tijd meer om uitgebreid te kletsen. Dat heeft invloed op de sfeer”, zegt Jonneke Temmen. Die sfeer is ook nu meestal goed, gemoedelijk, maar er zijn wel een aantal sterke karakters in het tehuis. „Soms moet je mensen streng toespreken.”

In de eetzaal – twee verdiepingen lager – druppelen inmiddels de bewoners binnen. Het is tien voor twaalf, dat betekent warm eten. Achter elkaar schuifelen ze naar hun tafel. Een vrouw met blonde krullen rijdt haar rollator op snelheid tegen de enkels van een bewoner voor haar. Ze lacht erbij maar geeft de rollator opnieuw een duw. Aan de kant, zeg ze, ik zit daar.

De medewerker grijpt in. „Soms zijn het net een stel kleine kinderen.”

Tijdens het hoofdgerecht – bami – legt een nieuwe bewoonster (95) uit dat je zelf moeite moet doen om het leuk te maken. Ze woont hier nog geen twee maanden,  maar heeft al een vast plaatsje in de eetzaal. „Ik heb me voorgenomen hier iedere dag koffie te drinken en warm te eten.” Dat is niet altijd leuk, zegt ze. Want de meeste mensen zijn doof. Lastig praten dus. „Ik kan ook op mijn kamer gaan zitten”, zegt ze. „Maar daar ben je pas echt alleen.”

Jan Baars, Ph. D. --- info@janbaars.nl

Forthcoming from Policy Press

Ageing, Meaning and Social structure

Ageing, Meaning and Social structure

Connecting Critical and Humanistic Gerontology

Edited by Jan Baars, Joseph Dohmen, Amanda Grenier and Chris Phillipson

Policy Press
2012

Jan Baars te gast bij
'Tijd voor MAX'

'Tijd voor MAX' ging op woensdag 14 april in gesprek met Jan Baars over het onderwerp 'de kunst van het ouder worden':

De volledige uitzending is hier te zien.

Het leven kan langer!

Bekijk hier de uitzending van het VPRO programma Dat kan beter! waarin Jan Baars, celbioloog Gerald de Haan en evolutionair bioloog Bas Zwaan als experts op het gebied van veroudering te gast waren:

Van Leeftijd naar
Leven in de Tijd

Klik hier voor de volledige tekst van de plenaire lezing ter gelegenheid van het HOVO boekenweek symposium in de aula van de Vrije Universiteit Amsterdam. Read more...

Recent Publications

Aging and the Art of Living

Aging and the Art of Living

Jan Baars

Johns Hopkins University Press
September 2012

In this deeply considered meditation on aging in Western culture, Jan Baars argues that, in today’s world, living longer does not necessarily mean living better. Read more...

De kunst van het ouder worden

De kunst van het ouder worden

De grote filosofen over ouderdom

Redactie: Jan Baars & Joep Dohmen

AMBO
Maart 2010 (5e herziene druk, september 2012)

Wat is goed ouder worden? En wat kunnen we daarover leren van filosofen en schrijvers? Jan Baars en Joep Dohmen verzamelden gedachten, aforismen, gedichten en verhalen over ouderdom. Het resultaat is de vuistdikke bloemlezing De kunst van het ouder worden. Read more...

Aging & Time: Multidisciplinary Perspectives

Aging & Time

Multidisciplinary Perspectives

Editors: Jan Baars & Henk Visser

Baywood Publishing
May 2007

The aim of Aging & Time is to revitalize the debate about the concepts of time implicit in the study of aging. Read more...

Aging, Globalization and Inequality: The New Critical Gerontology

Aging, Globalization and Inequality

The New Critical Gerontology

Editors: Jan Baars, Dale Dannefer, Chris Phillipson & Alan Walker

Baywood Publishing
January 2006

Aging, Globalization and Inequality is a major reassessment of work in the field of critical gerontology, providing a comprehensive survey of issues by a team of contributors drawn from Europe and North America. Read more...

Het nieuwe ouder worden: Paradoxen en perspectieven van leven in de tijd

Het nieuwe ouder worden

Paradoxen en perspectieven van leven in de tijd

Jan Baars

SWP Publishing
Maart 2006 (3e geactualiseerde herdruk, november 2012)

Het nieuwe ouder worden is geschreven uit verbazing over hoe er wordt omgegaan met een van de meest ingrijpende veranderingen van de laatste decennia. Terwijl de levensverwachting in de laatste 150 jaar is verdubbeld en mensen in het algemeen steeds langere en gezondere levens leiden, worden ze zo snel tot de ouderen gerekend dat hun verdere leven gemakkelijk twee keer zo lang kan duren als hun 'normale' volwassenheid. Lees verder...