Menu

🔍

Filosoof en gerontoloog Jan Baars wil leren, werken en pensioen in elkaar laten overlopen

‘Veel tachtigers zijn heel slim en snel’

Ouder worden is helemaal niet erg, zegt Jan Baars. Als gerontoloog weet hij dat 65 jaar helemaal niet oud is, en dat ouderdom niet onvermijdelijk uitloopt op dementie en een ellendig slot in het verpleeghuis. Ook beseft hij dat er een alternatief is voor het Zwitserlevengevoel, dat voor hem gelijk staat aan de verveling van een eeuwigdurende vakantie. Ouderen kunnen tot op hoge leeftijd actief blijven, zegt Baars. In de Verenigde Staten zijn werknemers van 70, 80 jaar en ouder zelfs heel gewoon, zeker in de wetenschap. De 82-jarige Jürgen Habermas, een van de grootste levende filosofen, kreeg een aanstelling in de VS, nadat hij in Frankfurt met pensioen werd gestuurd. Ook in Nederland is het pensioen een bijna onverbiddelijke verplichting.

Filosoof en sociaal gerontoloog Jan Baars is een internationaal expert op het gebied van ouder worden. In september verschijnt van zijn hand een groot overzichtswerk bij de gerenommeerde Amerikaanse Johns Hopkins universiteit: Aging and the art of living. Onlangs werd hij zelf 65. Voor de Universiteit voor Humanistiek hield hij een ‘niet-afscheidsrede’, waarin hij aankondigde gewoon door te zullen werken. Zijn verhaal gaat echter niet alleen over een wetenschapper die dol is op zijn werk. Hij maakt zich ook zorgen over de toenemende spanningen tussen de generaties. Kijk naar de G500 van Sywert van Lieden, de actiegroep van jongeren die niet onbeperkt willen betalen voor de pensioenen en de zorg van ouderen, ook omdat zij geloven dat zij zelf niet meer van zulke goede oudedagsvoorzieningen zullen profiteren.

Het traditionele levensloopmodel zet generaties tegen elkaar op, zegt Baars. We leren in onze jeugd, werken als volwassenen, gaan met pensioen als we 65 – en straks 67 – worden. Het is een model uit de 19de eeuw en de vroege 20ste eeuw, toen arbeiders vroeg versleten waren na een leven van zware fysieke arbeid. Tegenwoordig worden mensen ouder en al bestaat zware lichamelijke arbeid nog steeds, voor de meesten is de last van de arbeid lichter geworden. En als het werk te belastend wordt, zoals door agressie in de zorg, dienen de arbeidsomstandigheden verbeterd te worden. Als ouderen langer aan het werk mogen blijven, kunnen de kosten van de vergrijzing beter worden opgevangen, denkt Baars. Bovendien ontstaat een positiever beeld van ouderen. Ze worden niet meer gezien als bevoorrechte pensionado’s die uitbuiken in Benidorm of als geldverslindende zorgobjecten, maar als mensen die actief zijn en die je gewoon op de werkvloer kunt tegenkomen.

U hebt wel begrip voor de G500?

‘Het is in elk geval zo dat jongeren heel veel moeten betalen aan voorzieningen waarvan het onduidelijk is of zij daar zelf van zullen profiteren als zij aan de beurt zijn. Als je de spanningen tussen de generaties niet wilt laten oplopen, zal je daar iets aan moeten doen. Dat kan door ouderen die willen werken mee te laten doen.’

Zal dat echt zoden aan de dijk zetten, in macro-economisch opzicht?

‘Dat moet je een macro-econoom vragen. Het is in elk geval zo dat de arbeidsmarkt heel krap gaat worden als de economie weer aantrekt. Dan kun je oudere werknemers goed gebruiken, bijvoorbeeld om jongere werknemers te begeleiden en te coachen.’

Maar hebben ouderen daar ook zin in? Ook vandaag zal er weer een lange stroom caravans naar het zuiden trekken.

‘Een deel van de ouderen wel, een ander deel niet. Ik vind de houding van veel ouderen wel een beetje raar. Ze zeggen: ik trek de deur achter me dicht en dan heb ik helemaal geen verantwoordelijkheid meer. Ouder worden wordt een soort verantwoordingsloze jeugd, waarin je wel geld hebt en zelfstandig bent. Ik misgun het individuele mensen niet, maar in maatschappelijk opzicht vind ik het een verkeerd ideaal. Zo wordt ouder worden een periode van niet serieus in het leven staan.’

Is uw perspectief niet elitair? Voor een hoogleraar is doorwerken misschien leuk, maar veel andere mensen zijn blij dat ze mogen stoppen.

‘De wens tot doorwerken leeft natuurlijk het sterkst bij de mensen met het leukste werk. Geef degenen die er genoeg van hebben alsjeblieft de mogelijkheden om te stoppen met een adequaat pensioen. Maar stop niet iedereen in een keurslijf. Dat vind ik het grootste probleem: als je wilt blijven werken, kan het vaak niet. Ik heb met de universiteit een regeling getroffen waar ik heel gelukkig mee ben, maar ik ken genoeg mensen bij wie het gewoon niet gelukt is.

Er worden nu toch flinke stappen gezet. De AOW-leeftijd gaat naar 67 jaar.

‘Dat vind ik geen flinke stappen. Bovendien is het nog steeds een uniform model. De mensen die er geen zin meer in hebben moeten twee jaar langer doorgaan. En voor mensen zoals ik stelt twee jaar niets voor. Het kost twee jaar om een boek te schrijven, vijf jaar om een onderzoek te begeleiden.

‘Ik ben er overigens van overtuigd dat het huidige systeem onhoudbaar is. Niet alleen om financiële redenen, maar ook omdat er steeds meer mensen hun eigen plan zullen trekken, net als ik nu doe. Als de huidige regels niet veranderen voorzie ik een botsing tussen ouderen en hun vakbonden, die veranderingen tegen houden omdat ze met velen zijn en politieke macht hebben, en jongeren die niet meer willen betalen. Ik zou het jammer vinden als dat conflict zou leiden tot een Amerikaans model, waarbij iedereen zich individueel verzekert. Collectieve solidariteit levert een veel hoger niveau aan pensioenen op. We moeten die Europese solidariteit ook in stand houden. In Amerika zijn de zaken goed geregeld voor de mensen die het toch al goed hebben. De rest zoekt het maar uit.’

In onze juventocratie vormt de jeugd een krachtig cultureel ideaal. Daarbij doet zich een merkwaardige paradox voor. In fysiek opzicht worden mensen steeds later oud, in sociaal opzicht steeds vroeger. Menig 40-plusser wordt al beschouwd als een ‘oudere werknemer’. Hij kan slechts hopen dat zijn baas niet failliet gaat, want zijn kansen op de arbeidsmarkt zijn gering. Voor 50- en 60-plussers geldt dat nog sterker. De afgelopen drie jaar werd slechts twee procent van de vacatures vervuld door een werknemer boven de 55 jaar.

Toch hebben ook jongeren last van die juventocratie, denkt Baars. ‘Ouder worden wordt gezien als iets negatiefs. De jeugdcultuur gebruikt heel specifieke beelden, die ook lastig zijn voor veel jongeren die niet buitengewoon mooi zijn. En als ze wel buitengewoon mooi zijn, zijn ze bang dat ze rimpels krijgen of uitzakken. Als je 20 bent kun je al first signs crème kopen om rimpelvorming tegen te gaan’, zegt Baars. Het ‘normale’ volwassen leven duurt maar heel kort, pakweg van je 25ste tot je 40ste. In die korte tijd moet alles gebeuren: carrière maken, een partner vinden, eventueel kinderen krijgen.

Na hun 40ste, en zeker na hun 50ste, beginnen veel mensen al richting pensioen uit te drijven. Baars: ‘Er is veel onderzoek gedaan naar levenslang leren. In bedrijven stopt dat echter bij werknemers van 40, 45 jaar. Daarna denkt een werkgever dat het niet meer rendeert, want iemand gaat toch stoppen. En oudere werknemers denken: hoe lang moet ik nog? Daar hebben ze het met hun partner over? Wat gaan we straks doen? Zo ontstaat een negatieve sfeer rond de oudere werknemer.’

Baars staat een samenleving voor ogen waarin leren, werken en pensioen meer in elkaar overlopen. Als mensen langer blijven werken – vaak parttime, op een manier die ze goed uitkomt – rendeert het ook om langer te blijven leren en krijgen ze ook langer de tijd om zich in hun werk te ontplooien.

Maar zijn oudere werknemers dan niet minder productief?

‘Dat bestrijd ik, op basis van onderzoek. De ene werknemer is productiever dan de andere. Maar dat hangt niet samen met leeftijd. In het midden- en kleinbedrijf zijn werkgevers ook positiever over oudere werknemers, omdat ze direct contact met ze hebben. Vooral in grote organisaties bestaat een negatief beeld van ouderen.’

Sommige functies gaan toch achteruit? Vroeger maakte ik aantekeningen tijdens een interview. Nu moet ik het opnemen, omdat mijn geheugen me anders in de steek laat.

‘Zaken als het vermogen tot memoriseren worden misschien iets minder, maar daar staat bij veel ouderen een groter inzicht en overzicht tegenover. In laboratoriumtest scoren jongeren beter op psychometrische tests, zoals het onthouden van 50 symbolen die verder niets te betekenen hebben. Maar in de praktijk is dat niet van belang. Ik heb collega’s van 80 en ouder. In sommige opzichten zijn ze misschien iets langzamer, maar ze hebben veel meer ervaring, overzicht en kennis. Uit onderzoek blijkt ook dat oudere experts hun expertise heel goed op peil kunnen houden, mits ze actief blijven.

‘Ik praat niet zo graag over leeftijd, omdat de individuele verschillen tussen mensen zo groot zijn. Maar als je toch in gemiddelden wilt praten: veel mensen geloven dat de achteruitgang in allerlei mentale functies bij een jaar of 40, 45 begint. Uit onderzoek blijkt echter dat mensen pas bij 75, 80 minder goed gaan functioneren. En dan ken ik nog een heleboel tachtigers die heel slim en snel zijn.

‘Leeftijd wordt overschat. Vaak wordt leeftijd gezien als een klok die in ons tikt, waardoor we in een gelijkmatig tempo steeds meer achteruit gaan. Dat is helemaal niet waar, net zomin als ouderen vanzelf wijs worden. Wijsheid kan ontstaan door ervaring, door het leven te onderzoeken en erover na te denken. Maar er zijn ook 90-jarigen die alleen maar raaskallen.’

Als een oudere wil zeggen dat hij zich goed voelt, aldus Baars, zegt hij: ‘ik voel me jong’. ‘Maar goed ouder worden is niet hetzelfde als jong blijven. Je moet ouder worden serieus nemen. Je hebt minder tijd en je moet je concentreren op wat echt belangrijk is. Zo kun je bijvoorbeeld advies geven, dat merk ik ook wel als ik met mijn zoons praat. Ze doen niet zo maar wat ik zeg, we hebben een gesprek. Maar vanuit je ervaring kun je wel advies geven. Dat is niet hetzelfde als jong blijven. Het is belangrijk om vitaal te blijven, maar vitaliteit wordt vaak gezien als een soort jongheid die krampachtig moet worden volgehouden.’

Baars is zowel filosoof als sociaal wetenschapper. Hij schrijft over Epicurus, Seneca en Wittgenstein, maar kent ook het empirisch onderzoek naar de prestaties en de leefsituaties van ouderen. Bij de vorige crisis, in de jaren tachtig, werd zijn vakgroep sociologie aan de Vrije Universiteit gedecimeerd. ‘Van de zestien mensen bleven er vier over. Toen dachten we: de vergrijzing wordt een probleem, laten we ons daar maar op richten’, zegt hij. Zo ontstond de vakgroep sociale gerontologie. Inmiddels is Baars een gerontoloog die zelf oud is geworden. ‘De gerontologie is wel een goede voorbereiding op de ouderdom’, zegt hij. ‘Ze leer je dat er op hoge leeftijd veel meer mogelijk is dan in onze cultuur wordt aangenomen. Daarom weiger ik me ook niet te voegen naar onze cultuur.’

Schetst u niet een erg rooskleurig beeld van de ouderdom? Er worden toch ook veel mensen getroffen door ziekte of het overlijden van hun partner en andere dierbaren.

‘Er is meer onzekerheid, maar die kan ook positief uitpakken. Veel mensen leven relatief lang en gezond. Die onzekerheid heeft ook uitdagende kanten. Ik verheug me op alles wat ik nog ga meemaken, wat ik nog ga doen. Niet alleen werk, er zijn belangrijker dingen dan werk.’

Het lijkt me niet zo prettig om zo doordrongen te zijn van de eindigheid van het leven.

‘Die eindigheid is wel moeilijk, maar toch positief. Zonder eindigheid is er geen diepte. We hebben net een kleinkind gekregen. Daar zijn we enorm bij betrokken. En we vragen ons natuurlijk af: tot welke leeftijd zien we haar opgroeien? Dat betekent dat je zoveel mogelijk ruimte daarvoor maakt. Die eindigheid maakt dat het echt om dit moment gaat. Er staat iets op het spel.’

‘In de oudheid zeiden de stoïcijnen: het enige dat telt is dat je nu leeft. De toekomst is er niet, dus die kun je ook niet verliezen. Het nadeel van de Stoa is wel dat zij erg gericht is op de eenling. Ze gaan voorbij aan je geliefden. Als ik mijn eigen dood moeilijk vind, denk ik eerder aan mijn vrouw en kinderen dan aan mij zelf.’

We hoeven de dood niet te vrezen, want we kennen haar al, zei Wittgenstein. Dood zijn is precies hetzelfde als nog niet geboren zijn.

‘Wittgenstein had dat weer van Epicurus: de dood is geen onderdeel van het leven. Maar zij is natuurlijk wel onderdeel van het leven in de vorm van de dood van de ander. Als je kind of je kleinkind dood gaat, dat is echt wel een deel van je leven.’

Zullen we in de toekomst nog wel oud worden?

‘Er zijn biologen die zeggen dat het probleem van de veroudering over vijftig jaar oplosbaar zal zijn. Het is een interessante onderzoekslijn, maar ik neem het toch niet zo serieus. Als het al lukt, zal het heel kostbaar worden, met nano-apparatuur in het lichaam die een signaal geeft als een lichaamsdeel vervangen moet worden door een prothese. Dat is niet voor iedereen weggelegd.’