‘Een advies aan politiek: stop de verplichte pensionering’
De meeste hoogleraren houden op hun 65-ste een afscheidsrede. Maar Jan Baars, bijzonder hoogleraar gerontologie aan de Universiteit van Humanistiek, spreekt volgende week een “niet-afscheidsrede” uit. Het is zijn symbolische protest tegen een samenleving die zich blind staart op leeftijd.
Overtreedt u de wet door te blijven werken?
‘Het is een grijs gebied. Volgens de cao van de universiteit moet ik verplicht met pensioen. Maar als bijzonder hoogleraar word ik betaald door een stichting, waardoor ik buiten die cao val. Maar ik dreig – net als veel 65-jarige collega’s is overkomen – wel snel onvindbaar te worden op de website van de universiteit, en mijn e-mail adres kan zomaar worden opgeheven. Ik zag dat jaren geleden al aankomen, dus toen heb ik mijn eigen website en e-mail adres gelanceerd. Dat zulke kunstgrepen nodig zijn, geeft al aan hoe absurd de situatie is, zeker in een vergrijzende samenleving waarin we werkende ouderen moeten koesteren. Als ik één advies mag geven aan al die partijen die nu hun verkiezingsprogramma schrijven: stop met die verplichte pensionering.’
Nederlanders gaan gemiddeld al met 62 pensioen, ruim voor de pensioengerechtigde leeftijd. Hoe verklaart u dat?
‘Uit onderzoek blijkt steeds weer dat werkgevers veertigplussers al door een negatieve bril gaan bekijken. Ze zouden te duur zijn, minder productief, minder flexibel. Van dat denkbeeld – dat stamt uit een tijd dat mensen vooral zware lichamelijke arbeid verrichten – klopt nu niks meer. Zelfs bij beroepen als piloot of luchtverkeersleider presteert een zestiger doorgaans net zo goed als een dertiger. Maar het vooroordeel van de verkalkte veertigplusser is hardnekkig en sijpelt door organisaties. Zo ontstaat een bizarre situatie: goed opgeleide, ervaren mensen met nog een kwart eeuw werkend leven voor zich, stranden in hun carrière. Ze blijven angstig vasthouden aan hun vaste contract en durven niet meer te solliciteren. Ook krijgen ze geen cursussen of nieuwe functies meer aangeboden. Ja, dán ga je op je 62ste liever vissen.’
Belemmert u de doorstroming niet door in dienst te blijven?
‘Nee, door mijn ervaring en internationale netwerk kan ik met een kleine aanstelling jonge onderzoekers juist helpen om extra productief te zijn. Met een aanstelling van een dag in de week blijf ik bij onderwijs en onderzoek van jonge mensen betrokken. Doordat ik hen bijvoorbeeld help met subsidie-aanvragen, komt er meer geld binnen voor de projectgroep. We moeten af van het idee dat ouderen een kostenpost zijn. Een tachtigjarige kan net zo productief zijn als een dertigjarige. Overigens gaat het mij uiteindelijk niet om productiviteit (de samenleving is geen industriële onderneming) maar om een verbetering van de contacten tussen ouderen, jongeren en ‘normale’ volwassenen. Alle levensfasen horen bij het leven en dus ook bij de samenleving.’