Over ‘Een zoektocht naar het eeuwige leven’
Een beschouwing bij de uitzending van 'Altijd Wat' (NCRV, 7 augustus 2012)
Volgens de anti-verouderingsprofeet Aubrey de Grey, passend gesierd met een zwierige baard, geeft de dood geen betekenis aan het leven – een biertje wel!
Het intrigerende is dat direct na het fragment over het verouderingsonderzoek Henk Grol (50 Plus Partij) geïnterviewd werd in ‘Het Gesprek’, waarbij hij vertelde hoe de confrontatie met een nabije dood in de vorm van kanker zijn leven ingrijpend veranderde. Steve Jobs heeft deze ervaring op indrukwekkende wijze verwoord in zijn toespraak tot de studenten van Stanford University: “Death is the second best invention of life” (http://youtu.be/D1R-jKKp3NA).
Er zitten meerdere kanten aan de vraag wat de betekenis van de dood is voor het leven en het is goed om daar even over na te denken. Enerzijds geeft de dood als voortdurende horizon van het leven diepte en urgentie aan elke dag. Deze betekenis van de dood betekent echter nog niet zeggen dat ze altijd welkom is; er is ook een strijd tussen leven en dood. In dit opzicht heeft Aubrey de Grey gelijk. Het kan tot de urgentie van deze dag behoren dat de dood bestreden moet worden. In onze samenleving zijn velen daarmee dagelijks bezig, denk aan ambulance personeel of verpleegkundigen op de ‘intensive care’. Ook onderzoek naar celveroudering is daarbij van belang, bij voorbeeld omdat nog steeds velen op relatief jonge leeftijd sterven aan kanker.
Aubrey de Grey heeft echter geen gelijk voor zover de dood voor hem helemaal geen betekenis meer heeft voor het leven. De dood is iets wat alleen maar bestreden moet worden. Vandaar dat hij pleit voor een volledige uitbanning van de veroudering zodat we daar niet meer aan doodgaan en in principe einde-loos zouden kunnen leven. Hij meent ook dat de wetenschap hier op korte termijn voor gaat zorgen: “de baby die 1000 jaar oud wordt is al geboren”. Dergelijke vergezichten worden vaak geformuleerd als ‘eeuwig leven’, maar dat is een wel erg oppervlakkige weergave van wat in de geschiedenis van het denken over leven en dood bedoeld werd met ‘eeuwigheid’.
In verschillende tradities van het denken over ‘eeuwigheid’ werd een kwalitatief andere benadering van het leven ontwikkeld; het perspectief van de eeuwigheid bedoelde diepte te geven aan het leven. Ook voor wie niet meer gelooft in traditionele gestalten van de eeuwigheid, zoals hemel en hel, is het zinvol om na te denken over hoe de verhalen over datgene wat zich na de dood zou manifesteren, hier en nu in dit leven betekenis zouden kunnen hebben. Voorbeelden daarvan zijn liefde, vrede, vertrouwen en acceptatie maar ook het kwaad, inkeer, onverschilligheid ten opzichte van anderen en de strijd daartegen.
Deze traditionele thema’s van de eeuwigheid zijn betrokken op het eindige leven en geven er een diepte aan die verloren gaat in de platte einde-loosheid van het leven, waar niets meer op het spel staat omdat er geen beperkingen meer zijn. Alsof het er alleen maar om zou gaan zo lang mogelijk te leven, in plaats van goed te leven. Dit gebrek aan respect voor het eindige leven zien we ook in de gevolgen die het einde-loze leven zou hebben voor de aarde. Haar eindige rijkdommen zouden verbazend snel verkwist worden door al die mensen die duizend jaar en langer willen leven.
Voor wie het interesseert: in mijn boek Het Nieuwe Ouder Worden. Paradoxen en Perspectieven van Leven in de Tijd (HUP – SWP 2006) heb ik de betekenis van de eeuwigheid besproken in verband met de ervaring van ons leven in de tijd:
“De indringende manier waarop vroeger aan kinderen (zoals ik) werd uitgelegd wat ‘eeuwigheid’ eigenlijk zou betekenen, zoals het met een theelepeltje een zandheuvel afgraven, terwijl na het voltooien van deze Sisyphus arbeid ‘nog niet één dag van de eeuwigheid’ zou zijn voorbijgegaan, dient ontmaskerd te worden als een platte en onmenselijke einde-loosheid. Het is een ‘eeuwigheid’ die gezien wordt vanuit de chronologische tijd, waarin gezocht wordt naar de overtreffende trap van de langste duur. Zo’n uitleg gaat volledig voorbij aan de diepere betekenis van ‘eeuwigheid’. De ervaringen die aanleiding gaven tot denken over eeuwigheid hebben iets te maken met een essentieel andere tijdservaring, of misschien wel een ervaring van tijdloosheid, waarbij de vraag hoe lang iets duurt geheel onbelangrijk is. Het gaat hier om ervaringen die zich onttrekken aan tijdsmeting. Hoe lang een onvergetelijke blik, een ontmoeting of muziekwerk duren blijft volledig irrelevant voor de intensiteit van die ervaringen”