Trek je niks aan van je leeftijd
Jan Baars is hoogleraar levensloop en ouder worden aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. De afgelopen 25 jaar heeft hij zich vanuit de filosofie en sociale wetenschappen verdiept in deze onderwerpen. Samen met Joep Dohmen vormde hij de redactie van het boek ‘De kunst van het ouder worden’.
Veel mensen vinden het verschrikkelijk om ouder te worden. Ik hoorde laatst dat een meisje het helemaal niet leuk vond om twintig te worden. Dat is wel extreem, maar toen ik zelf dertig werd had ik echt het gevoel: nu word ik oud. Voor mensen die veertig worden is er de deprimerende uitdrukking ‘over the hill’. Veel mensen worstelen ermee om vijftig of zestig te worden. Ik hoorde laatst dat een man ervan schrok dat een jonge vrouw voor hem opstond in de tram. Hij dacht: nu ben ik echt oud geworden. In publicaties staat vaak achter de naam van de geïnterviewde tussen haakjes de leeftijd. Leeftijd doet er dus blijkbaar toe voor veel mensen, maar ik vind die vermeldingen belachelijk.
Mensen worden op steeds jongere leeftijd als oudere bestempeld en afgeschreven. Vroeger was er respect voor ouderen en hun levenswijsheid. We spraken over ‘bejaarden’ en ‘ouden van dagen’ en dat waren 65-plussers. Mensen leven nu twee keer zo lang als 150 jaar geleden en worden gezonder oud. Eind jaren zestig ontstond de jeugdcultuur en daardoor is er nu heel weinig waardering voor ouderen. Jong is in de mode. Onze maatschappij is gefascineerd door het nieuwe. Alles wat nieuw is wordt aangeprezen. Iedereen wil graag oud worden, maar niemand wil het zijn. In de jaren tachtig was er grote werkloosheid in Nederland. Daardoor is het vervroegd pensioen ontstaan en ontstond het gebruik om vijftigplussers ouderen te noemen en zoveel mogelijk uit de maatschappij te verwijderen. In zo’n maatschappelijk klimaat is het echt een kunst om zinvol invulling te geven aan de laatste tien, twintig, dertig of veertig jaar van je leven.
Wat doet je leeftijd ertoe? Na mijn dertigste heb ik geleerd om leeftijd te relativeren. Mensen hebben een reeks associaties bij ‘jongeren’ en ‘ouderen’. Waarom zou je mensen over één kam scheren omdat ze dezelfde leeftijd hebben? In de tijd dat veel mensen zwaar lichamelijk werk deden, ging lichamelijke veroudering vaak gelijk op met leeftijd. Nu is ouder worden heel individueel geworden. Toch hebben velen het beeld dat ouderen allemaal min of meer hetzelfde zijn. Het tegendeel is waar. Hoe ouder je bent, hoe meer je juist verschilt van leeftijdsgenoten. Leeftijd zegt niet zoveel meer. Het is natuurlijk leuk dat je vrienden, familieleden en collega’s op je verjaardag aandacht besteden aan jou, maar verder heeft leeftijd voor mij geen betekenis. Als je wilt weten wat iemands levensverwachting is, speelt opleiding een veel belangrijkere rol dan leeftijd: de laagst opgeleiden leven in Nederland maar liefst negentien jaar korter in een goede gezondheid dan de hoogst opgeleiden.
Trek je niks aan van oordelen die anderen kunnen hebben over je leeftijd. Ik realiseer me dat dat niet altijd makkelijk is. Als je werkloos wordt als je boven de veertig bent, heb je bijvoorbeeld een probleem. Voor je eigen beleving is je leeftijd minder belangrijk dan je idee over het aantal jaren dat je nog te leven hebt. Je bent zo oud als je je voelt. Je kunt tachtig plus zijn en het gevoel hebben dat het prima met je gaat en dat je nog vele jaren voor de boeg hebt. Maar je kunt ook zestiger zijn en het gevoel hebben dat je binnenkort komt te overlijden. Dan heb je een veel somberder leven. Dan heb je het gevoel dat je leven voorbij is. Natuurlijk is het goed om onder ogen te zien dat je ooit dood gaat. Het helpt je om te bepalen wat voor jou belangrijk is. Maar laat je niet leiden door je leeftijd. Trek je eigen plan!
Je werk
Ik vind het heel deprimerend als iemand zegt: ‘Als ik met pensioen ben ga ik genieten van mijn welverdiende rust. Ik hoef dan alleen nog maar te genieten van het leven’. Dan denk ik: heb je voor die tijd niet bewust geleefd? Natuurlijk is het goed om te denken van: goh, misschien heb ik nog twintig jaar te leven. Wat ga ik nog doen? Wat is belangrijk voor mij? Maar ik hoop dat de antwoorden verder gaan dan ‘genieten van het leven’. Dat vind ik nogal leeg. Dan zie ik nogal eens dat mensen verdwalen in het aanbod van de vrijetijdsindustrie. Wat is de samenhang van je leven als je van de ene bezienswaardigheid naar de andere gaat? Je kunt je laten leiden door al die aanbiedingen, maar het lijkt mij niet ideaal.
Stoppen met werken gaat vaak heel abrupt en dat is vragen om problemen: wat doe je met je tijd? Wat is het effect op je relatie? Ga je elkaar niet in de weg lopen? Als het mogelijk is om je werk geleidelijk af te bouwen of vrijwilligerswerk te gaan doen, kun je je leven veel geleidelijker aanpassen.
In de media en politiek is het gebruikelijk om vijftigplussers als ouderen te bestempelen. Op de arbeidsmarkt is het nog ernstiger; je hebt het al lastig als je als veertiger een baan zoekt. Het is belachelijk dat mensen zo jong uitgerangeerd worden. Daar is geen goed argument voor. Uit onderzoeken blijkt dat vijftigplussers net zo productief zijn.
Onze koningin is zeventig plus en functioneert nog uitstekend. Mijn meest inspirerende collega’s zijn hoogleraren uit de Verenigde Staten die in de zeventig of tachtig zijn. Zij hebben zoveel ervaring opgebouwd en een enorm overzicht. In andere landen is het gebruikelijk dat politici tot op hoge leeftijd actief blijven. In Nederland verdwijnen televisiepresentatoren al snel van het scherm als ze ouder worden. Dat is bij de BBC wel anders. In Europa is het zo dat je als hoogleraar tegen de tijd dat je zestig wordt langlopende onderzoeken aan een collega gaat overdragen. Dat is toch idioot? Ik blijf na mijn 65e gewoon doorwerken, want ik vind het hartstikke leuk.
Er is geen goed argument voor dat iedereen moet stoppen met werken op dezelfde leeftijd. Het idee van op een vaste leeftijd met pensioen gaan is gebaseerd op zware lichamelijke arbeid. Als je werk hebt dat lichamelijk zwaar is of geestdodend, kan ik het me voorstellen dat je daar mee wilt stoppen.
Als je werk lichamelijk niet zwaar is en je vindt het leuk, wil je daar misschien wel mee doorgaan. Misschien in deeltijd, zodat je ook tijd hebt voor andere dingen die je belangrijk vindt. Als je een beroep hebt waarbij denkkracht en ervaring van belang zijn, heb je een enorme meerwaarde als je boven de zestig bent. Ouderen vormen een enorm kennisreservoir waar we in Europa nauwelijks gebruik van maken. Ik hoop dat we in de toekomst individueel bepalen wanneer we met pensioen gaan.
Ouder worden is meer dan aftakeling.
De medische ontwikkeling maakt dat je soms voor een moeilijke keuze komt te staan. Het kan heel complex zijn om te kiezen voor een behandeling als je ziek bent. Je hebt een diagnose gehoord en dat maakt dat je moet nadenken over de vraag: hoe nu verder? Je hele leven kan gedomineerd worden door die diagnose. Het is niet zeker wat het effect van een behandeling is. Wat moet je er voor over hebben? En hoeveel jaar win je dan? Is dat al die ellende waard? Wat wil je nog in het leven? Ook als je kiest om bijvoorbeeld een zware chemotherapie tegen kanker niet te ondergaan, is dat een persoonlijke keuze die invloed heeft op de lengte van je leven. Je moet dan maar hopen dat artsen je de voor- en nadelen van verschillende keuzemogelijkheden duidelijk kunnen uitleggen.
In de geschiedenis is uitgebreid nagedacht over de dood, maar niet over ouder worden. Dat komt vooral omdat ouder worden iets uitzonderlijks was. Het was bovendien vroeger geen aantrekkelijk vooruitzicht om ouder te worden, omdat er weinig kon worden gedaan aan de ongemakken. De eerste primitieve leesbril werd pas in de dertiende eeuw in Venetië gemaakt.
Als er nu wordt gesproken over ouder worden, dan gaat het meestal over problemen. Veel mensen zien er tegenop om ouder te worden. Je lichaam en geest laten het steeds meer afweten. Je krijgt er andere ziektes bij. Het gaat vaak over de kosten van de gezondheidszorg en de betaalbaarheid van onze pensioenen. Veel mensen gaan ervan uit dat vrijwel iedereen die ouder wordt dement zal worden en in een verzorgings- of verpleeghuis komt te wonen. In werkelijkheid is een kleine minderheid van de ouderen dement en woont slechts zes procent van de 65-plussers in een verzorgings- of verpleeghuis.
Ouder worden is meer dan aftakeling. Goed oud worden betekent volgens mij dat je goed voor jezelf moet blijven zorgen. Blijf jezelf serieus nemen. En met die goede zelfzorg als basis: blijf zorgen voor anderen die belangrijk voor jou zijn en blijf je inzetten voor zaken die belangrijk voor jou zijn. Dat kan literatuur zijn, fotografie, muziek. Kijk of je een doel hebt dat verder reikt dan jouw persoonlijke leven. Je kunt je inzetten voor iets wat jij belangrijk vindt. Als je een bijdrage levert aan een groter geheel, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te doen, kan dat zin geven aan je leven. Dat hoeft niet hoogdravend te zijn. Dat kan een koor zijn. Of een sportvereniging. Of een patiëntenorganisatie natuurlijk!
Jan Baars, hoogleraar levensloop en ouder worden