Menu

🔍

De paradox van de jongere oudere

Terwijl onze levensverwachting steeds verder richting de honderd beweegt, schuift de leeftijdsgrens van waaraf we maatschappelijk tot de ‘ouderen’ worden gerekend in tegengestelde richting steeds verder naar voren. Jan Baars, bijzonder hoogleraar Gerontologie aan de Universiteit van Humanistiek in Utrecht spreekt van de paradox van de jongere oudere. Sinds de extreem vroege uittreding in de jaren ’80 door de VUT, is de leeftijd waarop men als “oud” geldt verlaagd van 65 naar 50+. Pensioen heeft van oudsher te maken met zware arbeid en met op en versleten zijn.  ‘We hebben daardoor de neiging om ouder worden direct te koppelen aan zorg. Maar we kennen steeds meer een situatie waarin men gezond is terwijl men niet meer hoeft te werken. Oud zijn houdt dus niet meteen in dat men niet meer voor zichzelf kan zorgen. We doen eigenlijk twee dingen: we vinden mensen steeds vroeger oud, en koppelen oud zijn aan het consumeren van zorg. We gaan daarin voorbij aan de werkelijkheid: zorg concentreert zich vooral in de laatste levensjaren, maar in de discussie lijkt die meteen aan te vangen als de magische grens van de ‘ouderdom’ wordt gepasseerd. Men lijkt daarmee vanuit het domein van het werken vrijwel direct het domein van de zorg in te wandelen. De zorg die iedere ‘normale volwassene’ nodig heeft wordt in het licht van de ouderdom eigenlijk verdonkeremaand.

De paradox van de steeds jongere oudere is ook dat goed oud worden eenzijdig wordt gezien als ‘jong blijven’. Maar dat is niet hetzelfde. Er is op dit punt een grote lacune in onze samenleving.  We bevinden ons ook in een ongekende situatie die vroeger alleen was weggelegd voor de superrijken. Daar hebben we nooit over nagedacht. Wat we overslaan is: hoe word je goed oud?

Sinds de jaren ‘60 is er een jeugdcultuur ontstaan die het goede leven gelijkstelde aan avontuur en consumeren. Succes is sterk verbonden met die jeugdcultuur. Sinds de jaren ‘60 is vernieuwing en ‘het nieuwe’ ook intens verbonden met jong. Jong = nieuw. Daarvóór was die combinatie veel minder dominant. Vanuit die verbinding ga je al snel denken aan een nieuwe generatie. Als je tot de “50+-ers” gaat behoren, wordt je al geacht je vertrek voor te bereiden. Daarmee ga je voorbij aan de waarde van de ervaring. Mijn meest interessante wetenschappelijke collega’s in de VS (waar geen verplicht pensioen bestaat) zijn in de 70 en 80. Alleen op jeugd georiënteerd zijn brengt een verkwisting van talent met zich mee. In de vrije beroepen zijn er mensen die volop bloeien na hun 60e: hadden Mulisch of Haitink moeten stoppen toen ze 65 waren geworden? Creativiteit houdt nooit op. Onderzoek naar productiviteit van de oudere werknemer toont aan dat die niet afneemt en dat de onderlinge verschillen even groot zijn als bij andere leeftijdscategorieën.

We moeten beginnen met het aan de orde stellen van dit fenomeen en het erover hebben. De spanningen die onze onwerkelijke benadering van ouderdom met zich meebrengt zijn groot en werken naar twee kanten; Enerzijds zorgt ze ervoor dat de tijdsspanne waarin de ‘normale volwassene’ alles moet doen, carrière maken, kinderen opvoeden en pensioen vergaren, steeds kleiner wordt. De druk die hiermee om deze groep ligt is fenomenaal en leidt tot langdurige overbelasting die vaak resulteert in burn-out.  Anderzijds werkt zij in de hand dat een steeds groter wordende groep in goede gezondheid met al haar kwaliteiten en ervaringen aan de zijlijn staat. We moeten creatiever zijn, en flexibeler omgaan met de pensioenleeftijd. De overheid gaat de AOW leeftijd weliswaar verhogen naar 67, maar scheert daarmee iedereen wederom over één kam. Wie door wil werken blijft in de marge en wie “op”is moet nog langer doorwerken. Na de wereld van het werken is er dus voor een groep mensen een wereld van niets doen en consumeren. En die groep wordt steeds groter. We moeten als maatschappij zorgen dat de verlengde levensduur een eigen waarde en een zinvolle invulling krijgen die de druk op het jong zijn verkleint en meer recht doet aan de waarde van ervaring. Onze creativiteit en flexibiliteit zijn hiervoor hard nodig.