‘Pensioenleeftijd is volledig achterhaald’
Jan Baars neemt afscheid door te zeggen waarom hij blijft. Omdat hij 65 wordt, moet de bijzonder hoogleraar Interpretatieve Gerontologie aan de Universiteit voor Humanistiek volgens de cao met emeritaat. Baars werkt echter gewoon door en gebruikt zijn niet-afscheidsrede om duidelijk te maken waarom meer mensen zijn voorbeeld moeten kunnen volgen.
Uw niet-afscheidsrede doet denken aan de tekst Comment ne pas parler (Hoe niet te spreken) van Jacques Derrida. Daarin exploreert de Franse filosoof de paradoxen van zijn eigen titel. Hoe spreek je bijvoorbeeld af ergens niet over te spreken? Je spreekt er dan toch al over? Gaat iets soortgelijk niet op voor uw niet-afscheidsrede? Beklemtoont u daarmee niet nog eens extra dat u 65 wordt en eigenlijk afscheid moet nemen?
‘Dat klopt, en dat is precies de bedoeling. Ik wil aandacht vragen voor de funeste gevolgen van fundamentele kortzichtigheid als het over leeftijd gaat. Hoewel ik nog nooit zo productief ben geweest als de laatste jaren moet ik volgens de cao toch stoppen. Dat laat zien dat de leeftijdsgebonden ordening van onze samenleving volledig achterhaald is: we denken nog steeds volgens het schema van de zware lichamelijke arbeid in de 19e en begin 20e eeuw. Toen was het goed dat je een grens stelde waarna mensen niet meer hoefden te werken; overigens haalden de meesten niet eens hun pensioen. In zo’n situatie ligt de wens om langer door te blijven werken niet voor de hand .
‘Verder zorgt een denkfout voor de leeftijdsgebonden ordening. We denken dat leeftijd een causaal effect heeft, zodat een hogere leeftijd direct samenhangt met een vermindering van vermogens. Verouderingsprocessen hebben vele oorzaken maar leeftijd hoort daar niet bij. Weliswaar kunnen we ons leven in de tijd en dus ook verouderingsprocessen meten, maar dat wil niet zeggen dat (leef)tijd een oorzakelijke rol speelt. Zelfs in statistische zin hangt de beantwoording van de vraag of mensen nog kunnen werken tegenwoordig veel sterker samen met opleidingsniveau en sociaal-economische achtergronden.
‘Deze denkfout en de historische achtergrond maskeren samen de onrechtvaardigheid waarmee we ongelijke gevallen beoordelen met dezelfde leeftijdsmaatstaf. Want in werkelijkheid zijn de verschillen tussen werkenden zo groot dat je niet meer met één pensioenleeftijd toe kunt.’
De discussie over de AOW – nu weer aangewakkerd door het akkoord van de Kunduz-coalitie – moet in uw ogen gerommel in de marge zijn.
‘Zeker. Een kwart van de totale bevolking (inclusief de kinderen) is straks ouder dan 65 jaar en voor wie 50+ers al ziet als ouderen: samen gaan die 40% van de totale bevolking uitmaken. Onbegrijpelijk dat je die allemaal naar Center Parcs stuurt. De ouderen dwing je tot een leven van consumptie en de jongeren zadel je op met enorme problemen, zoals een enorme werk- en premiedruk. We zullen langs nieuwe lijnen moeten denken – weg van uniforme leeftijden – anders zullen we altijd een Malieveld vol hebben met demonstranten. Hetzij met mensen die eerder willen stoppen, hetzij met mensen die verder willen werken.’
Hoe kunnen we dan wel rechtdoen aan de diversiteit onder werkenden?
‘Ten eerste zullen we afmoeten van de gedachte dat mensen na hun veertigste zijn opgebrand. Nu kunnen mensen dan nauwelijks nog een nieuwe baan vinden. Maar uit onderzoeken en uit de praktijk van landen waar ontslag op grond van leeftijd verboden is blijkt dat velen tot hun tachtigste jaar nog zeer productief kunnen zijn.’
‘Ten tweede moeten we kijken naar andere tradities waarin ouder worden en wijsheid samengaan. Daarover staat veel in het boek De kunst van het ouder worden, dat Joep Dohmen en ik hebben samengesteld. Een meer filosofisch probleem is de beperking van tijd tot chronologische tijd; andere concepten en ervaringen van tijd zijn evenzeer van belang om recht te doen aan ons leven in de tijd.
‘Ten derde zullen we flexibeler moeten worden. We moeten kijken hoe we pensioeninkomen kunnen combineren met inkomsten uit langer blijven doorwerken.
‘Ten vierde moeten we beseffen dat achter het denken in termen van leeftijd de behoefte aan controle schuilt; alsof we de levensloop goed kunnen ordenen en beheersen door mensen volgens hun leeftijden in te delen. Maar zoals ik al zei, zijn de verschillen enorm tussen wat ouderen kunnen. We zullen dus moeten leren leven met onzekerheid.
‘Dat alles betekent niet dat ik een Amerikaans systeem voorsta. Ik pleit voor het Europese systeem van collectieve solidariteit, maar wil dat combineren met flexibiliteit. Die flexibiliteit is in de VS veel beter geregeld. Als ik daar naar conferenties ga, zijn de meest inspirerende sprekers in de zeventig, tachtig.’
Toch blijkt hier in Nederland ook enige flexibiliteit mogelijk te zijn: u kunt aan de universiteit blijven werken.
‘Ja, maar ik heb dit al jaren voorbereid. Ik zag bij collega’s die afscheid namen van de universiteit dat ze opeens geen website meer hadden en geen e-mailadres. Dus ik dacht: ik zorg dat ik mijn eigen zaken goed op orde heb. Ik ben mijn internationale contacten gaan intensiveren. Dat is nodig omdat ik er in mijn nieuwe baan vooral mee bezig zal zijn jongere onderzoekers in contact te brengen met mijn internationale netwerk. Ik ben ook op tijd gaan praten met de faculteit over mogelijkheden om mijn aanstelling te verlengen. Nu scheelt het wel dat ik hoogleraar was, daardoor hebben we mijn baan kunnen omzetten in een buitengewoon hoogleraarschap. Voor universitaire docenten en hoofddocenten is het lastiger om een geschikte modus te vinden.’
Laat staan voor mensen met andere beroepen. In de discussie gaat het vaak over de bouwvakker, voor wie zoals u zei het negentiende-eeuwse verhaal nog geldt. U zit als hoogleraar aan de andere kant van het spectrum. Maar is er geen grote middengroep die onder de huidige omstandigheden liever niet wil doorwerken? Denk aan mensen die in de zorg werken, in het onderwijs, bij de politie – zij lijden niet zozeer onder de lichamelijke druk, maar wel onder de verdergaande protocollisering. Zij hebben steeds minder het gevoel de regie te hebben over hun eigen werk.
‘Dat is een probleem, maar daarom zullen we ons ook moeten inspannen om de arbeid leuker te maken; langer te werken met minder stress zou daarbij ook kunnen helpen.’
Donderdag 10 mei 2012 geeft Jan Baars zijn niet-afscheidsrede Frictions between age-related rules and (inter)personal meanings in aging.
Academiegebouw van de Universiteit Utrecht, Domplein 29, 16.00 uur.
Dezelfde dag vindt van 10.00 tot 15.00 uur op de Universiteit voor Humanistiek een internationaal symposium plaats: Frictions between age-related rules and (inter)personal meanings in aging. Daaraan werken mee: prof.dr. Joep Dohmen, prof.dr. Peter Derkx, prof.dr. Dale Dannefer (Case Western Reserve University, Cleveland, USA) en prof.dr. Chris Phillipson (Keele University)